Op zoek naar bijzondere sensaties 

Marcel Proust beschreef in een inmiddels befaamde tekst hoe een geur- en smaaksensatie het verleden tot leven kan brengen. Bij het proeven van een Madeleinekoekje gedoopt in lindebloesemthee kon de verteller zich ineens verplaatsen naar een plaats van zijn jeugd. Ineens werd het verleden levendig, het kreeg dimensies. De belevenis was zeer intens en vreugdevol.

Johan Huizinga introduceerde een andere ervaring, de historische sensatie. Door een bij voorkeur alledaags object uit het verleden kon historisch contact ontstaan. Een plotseling gevoel van buiten zichzelf te treden zou kunnen ontstaan door een oud en bij voorkeur beduimeld voorwerp.

Deze twee fenomenen, beschreven ongeveer honderd jaar geleden, hebben veel gemeen. Ze treden uitsluitend onverwachts op en geven een indruk echt en oorspronkelijk te zijn. In beide gevallen gaat de belevenis gepaard met blijdschap. Het geluksgevoel lijkt gerelateerd te zijn aan een geestelijke verplaatsing in tijd en ruimte. Proust ervaart vervaagde herinneringen opnieuw, Huizinga gaat verder, verplaatst zich ver buiten zijn eigen bestaan.

Vreugde die alleen als een verrassing kan ontstaan, wat heeft dat nu met kunst te maken? We kunnen de sensaties niet tot stand brengen, we kunnen er alleen voor open staan als ze zich voordoen. Voor mij is kunst onder meer een ontdekkingstocht naar dergelijke momenten. Hoe komen ze tot stand? Onder welke omstandigheden en voorwaarden? Huizinga zag het als de taak van een museum om dergelijke ervaringen mogelijk te maken, kan dat? Of verhindert de museum setting het ontstaan juist?

De wanten van mijn moeder
De wanten van mijn moeder

De textiel speelt nog altijd een grote rol in mijn autonome werk. Textiel is bijzonder omdat het materiaal heel dicht bij zowel de gebruiker als de maker staat. Gemaakt door zorgvuldige handen en letterlijk op de huid gedragen.

Een voor mij nieuwe sensatie ontstond toen ik een paar wanten van mijn onlangs overleden moeder aantrok. Ze had een oude techniek gebruikt: eerst ‘gehaakt’ van los gesponnen wol, vervolgens nat gemaakt met zeepsop en gewreven totdat ze gevilt werden. Het magische van de techniek is dat de wanten gedragen worden tijdens het vilten, daarom nemen ze helemaal de vorm van de hand aan. Mijn moeder was trots op haar werk en heeft de wanten veel gedragen. Ik nam ze na haar overlijden mee, waste ze en trok ze aan. Plotseling werd ik overvallen door de sensatie van de handen van mijn moeder, levendig, als van binnen uit. Door het geluk van deze verassende ontmoeting kregen de wanten een andere betekenis, ze zijn niet langer slechts een versleten gebruiksvoorwerp maar een waardevol object dat bewaard en gekoesterd wordt.

Het zweetdoek van Veronica
Het zweetdoek van Veronica

Deze belevenis deed me denken aan Veronica, de beschermheilige van de fotografen, Onderweg naar de kruisiging veegde ze met een doek het bloed en zweet af van het gezicht van Jezus (zesde kruiswegstatie). Op het doek ontstond een afdruk van het gezicht van Christus. Een vuil lapje stof werd een “waar icoon” (vandaar haar naam) en werd als zodanig bewaard en gekoesterd.

Bronnen: Marcel Proust, "A la recherche du temps perdu"/deel 1, Johan Huizinga, "Het historisch museum" in De Gids 84-1 (1920). Anomiem (Zuidelijke Nederlanden), "De zweetdoek van de heilige Veronica, Mauritshuis.

Nu ben ik zeer benieuwd! Heb jij ook dergelijke belevenissen waar textiel -of een andere object- een bijzondere herinnering of beleving oplevert? Of behoor je tot de mensen die denken: dat kan toch niet? Laat graag een reactie achter hier onder.